Niemand wordt hier neergestoken, maar het ruikt naar de dood

Niemand wordt hier neergestoken, maar het ruikt naar de dood


Niemand schreeuwt.
Er vloeit geen bloed.

En toch sterven ze.

Langzaam gaan je dood
Volgens protocol. Een belasting thriller


Het begon onschuldig. Dat is altijd zo.
Een envelop op de mat. Wit. Netjes. Met een logo dat vertrouwen moest uitstralen. De AOW’er hield hem even vast voordat hij hem opende, alsof hij voelde dat er iets kouds in zat.

“Het zal wel meevallen,” zei hij tegen zijn vrouw.
Hij loog. Onbewust, maar toch.

Binnenin zat geen beschuldiging. Geen dreiging. Alleen woorden. Regels. Artikelen. Verwijzingen. Zinnen die eindigden met “ik moet mij houden aan de wet- en regelgeving.”

Dat was de eerste snede.


In een kantoor zonder ramen zat de medewerker van de fiscus. Hij had geen naam meer, alleen een functie. Voor hem stond een ficus. Groot. Gezond. Onverplaatsbaar.
De plant hoorde alles.

De medewerker had instructies gekregen. Niet zwart op wit — dat was niet nodig. Het zat in de cultuur, in de opleidingen, in de zinnen die hij automatisch gebruikte.

Niet oplossen.
Niet herstellen.
Niet afwijken.

Rek. Druk. Wacht.

Laat de tijd het werk doen.


De AOW’er probeerde te herstellen wat fout was gegaan. Hij wilde terugbetalen. Corrigeren. Rechtzetten. Hij deed precies wat van een “goede burger” verwacht werd.

Maar elke stap vooruit werd beantwoord met twee stappen terug.

“Onvoldoende.”
“Niet volledig.”
“Deadline.”

De datum veranderde nooit echt. Alleen de toon werd kouder.

Zijn gezin begon het te voelen. Eerst subtiel.
Een vakantie die niet doorging.
Een rekening die bleef liggen.
Een gesprek dat eindigde in stilte.

De gijzeling was begonnen.


Na een jaar was er nog steeds geen beslissing.
Na twee jaar geen oplossing.
Na drie jaar geen energie meer.

De AOW’er sliep slecht. Zijn vrouw luisterde ’s nachts naar zijn ademhaling, alsof ze bang was dat zelfs dát belast zou worden. De kinderen leerden dat hoop iets tijdelijks was.

En steeds weer kwam diezelfde zin terug, als een mantra:

“Ik begrijp dat dit niet het antwoord is dat u hoopte te krijgen.”


In het kantoor groeide de ficus.
Zijn wortels zaten diep in de dossiers.
Hij werd gevoed door uitstel, door stress, door wanhoop.

De medewerker merkte het niet eens meer. Voor hem was het een dossiernummer. Een casus. Een proces.
Voor de ficus was het een maaltijd.

En ergens, heel diep vanbinnen, begon de AOW’er te begrijpen dat dit geen fout was. Geen misverstand. Geen incident.

Dit was het systeem.

En het systeem had geen haast.
Het had tijd.

No Comments

Post a Comment