Grote misstanden bij de Belastingdienst (3) Discriminatie en etnisch profileren: ongelijkheid als beleid

Waar controle verandert in wantrouwen, ontstaat ruimte voor iets veel ernstigers: discriminatie.
Bij de Belastingdienst werd dat geen uitzondering, maar een structureel onderdeel van risicoselectie.
Dit is blog 3 in de serie Grote misstanden bij de Belastingdienst.
Dubbele nationaliteit als verdacht kenmerk
Binnen de Belastingdienst werd dubbele nationaliteit jarenlang gebruikt als risico-indicator.
Niet omdat het juridisch relevant was — maar omdat het verdacht werd gevonden.
Dat betekende concreet:
-
extra controles
-
snellere verdenking van fraude
-
strengere behandeling dan andere burgers
Dit gebeurde zonder wettelijke basis en zonder dat betrokkenen hiervan op de hoogte waren.
Afkomst, naam en postcode deden ertoe
Het ging verder dan nationaliteit alleen.
Interne systemen en beoordelingen hielden ook rekening met:
-
achternamen die “niet-Nederlands” klonken
-
afkomst of vermeende etniciteit
-
woonwijken die als risicovol werden bestempeld
Burgers werden dus niet beoordeeld op gedrag, maar op wie zij waren — of leken te zijn.
Dat is geen handhaving.
Dat is etnisch profileren.
Erkend door rechters en onderzoekscommissies
Dit alles werd later niet alleen vastgesteld door journalisten, maar ook:
-
door rechtbanken
-
door parlementaire onderzoekscommissies
Zij concludeerden dat fundamentele beginselen van de rechtsstaat waren geschonden, onder meer bij de Toeslagenaffaire.
De overheid, die burgers gelijk hoort te behandelen, deed het tegenovergestelde.
Schade aan vertrouwen — blijvend en diep
Misschien wel de grootste schade is onzichtbaar maar langdurig:
-
Burgers verloren vertrouwen in de overheid
-
Gelijke behandeling bleek een illusie
-
De rechtsstaat voelde selectief
Voor veel mensen geldt nog steeds:
“Als de overheid mij als risico ziet, waarom zou ik haar dan vertrouwen?”
➡️ Het vertrouwen in de rechtsstaat is ernstig geschaad.



No Comments