Belastingdienst moet 1,3 miljard euro terugbetalen na uitspraak Hoge Raad

Belastingdienst moet 1,3 miljard euro terugbetalen na uitspraak Hoge Raad

Belastingdienst moet 1,3 miljard euro terugbetalen na uitspraak Hoge Raad

Nieuws

Een nieuwe uitspraak van de Hoge Raad over het belastingstelsel kost de schatkist minstens 1,3 miljard euro, maar waarschijnlijk meer. De formerende partijen moeten die financiële tegenvaller zien op te vangen. 

De hoogste rechtbank van het land blijft opeenvolgende staatssecretarissen van Fiscale Zaken hoofdpijn bezorgen. Na een reeks harde oordelen over de vermogensrendementsheffing (box 3-belasting), concludeert de Hoge Raad vrijdag dat de Belastingdienst bedrijven die te laat zijn met hun belastingaangifte, te veel boeterente in rekening brengt. Bedrijven betalen die boeterente ook over eventuele navorderingen van de Belastingdienst.


De voorgeschiedenis

Sinds oktober 2020 betalen ondernemers meer belastingrente dan particulieren. In 2022 en 2023 bijvoorbeeld was het tarief voor particulieren 4 procent, maar rekende de Belastingdienst 8 procent over aanslagen vennootschapsbelasting en bronbelasting.

Een ondernemer die dat niet eerlijk vond, stapte in 2023 naar de rechter. De rechtbank in Groningen verklaarde de klacht eind 2024 gegrond.

Op het ministerie van Financiën deed dat meteen alarmbellen rinkelen; ambtenaren voorzagen dat dit vonnis een nieuwe stortvloed aan bezwaarschriften zou uitlokken.

Die verwachting kwam uit, want inmiddels heeft de Belastingdienst 29.500 bezwaren ontvangen van ondernemers die belastingrente terugvragen.

Omdat de dienst die bezwarenstroom niet aankan, besloot toenmalig staatssecretaris Tjebbe van Oostenbruggen (NSC) ze te bundelen in een massaprocedure en die meteen aanhangig te maken bij de Hoge Raad.

Na de uitspraak kunnen alle bezwaren over de belastingrente dan in één keer, en gestandardiseerd, afgehandeld worden.

Het vonnis

De Hoge Raad vonnist in het voordeel van de ondernemers, omdat de staat niet goed motiveert waarom zij meer boeterente zouden moeten betalen dan andere belastingplichtigen. Daarom is dit onderscheid in strijd met het evenredigheidsbeginsel, vindt de Hoge Raad.

Van Oostenbruggens opvolger Eugène Heijnen (BBB) moet nu de belastingrente voor ondernemers vanaf oktober 2020 met terugwerkende kracht verlagen naar het toen geldende tarief voor particulieren. Alleen de 29.500 bezwaarmakers hebben recht op teruggave, plus degenen voor wie de bezwaartermijn van zes weken na het ontvangen van de aanslag nog niet verstreken is.

De schade

Van Oostenbruggen meldde de Tweede Kamer begin vorig jaar dat de staat een tegenvaller van minstens 1,3 miljard euro zou incasseren als de Hoge Raad de ondernemers in het gelijk zou stellen. Op dat moment waren er 22.500 bezwaren ingediend. Daar zijn er sindsdien dus zevenduizend bij gekomen.

Maar de staat derft ook inkomsten in de komende jaren, doordat de Belastingdienst in 2026, 2027 en daarna minder boeterente kan innen dan eerder aangenomen. Het ondernemerstarief voor 2026 was vastgesteld op 7,5 procent en dat moet nu omlaag naar 5 procent, het particuliere tarief voor dit jaar. Jaarlijks brengt de Belastingdienst gemiddeld 280.000 keer belastingrente in rekening bij aanslagen vennootschapsbelasting.

De schade voor de schatkist is waarschijnlijk hoger dan 1,3 miljard euro. Het ministerie van Financiën kan nog geen nieuwe inschatting maken.

De nieuwe tegenvaller komt D66, VVD en CDA slecht uit. Zij onderhandelen aan de formatietafel nu over de financiële paragraaf in hun gedroomde regeerakkoord; daar heeft de Hoge Raad een extra gat in geschoten.

No Comments

Post a Comment